zondag 7 maart 2010

Cowboy Frank en de rodeo

De stad Fort Worth is gelegen nabij Dallas en telt iets van 500.000 inwoners. De sfeer is er iets knusser dan in het megalomane Dallas, voor Amerikaanse begrippen dan. Naast een aantal musea, staat Fort Worth bekend als de voormalige toegangspoort naar het Wilde Westen. Veel routes, die cowboys met hun vee aflegden, begonnen of eindigden hier. Er was dan ook een grote veemarkt, the Stockyards. Tegenwoordig wordt vee met vrachtwagens getransporteerd en de klassieke veemarkten zijn er ook niet meer. De Stockyards zijn dan ook omgebouwd tot een soort van historische attractie, alwaar je kunt proeven aan het vroegere leven aan de rand van The Wild West. Cowboy Frank besloot derhalve er een kijkje te nemen. Hij hoefde niet per paard naar de Stockyards; buslijn 1 volstaat tegenwoordig ook. In het gebied aangekomen, kocht hij eerst een kaartje voor de rodeo van die avond. Hierna was het tijd om eens rond te neuzen. Eigenlijk bestonden de Stockyards uit niet meer dan één straat, met hieraan voornamelijk eetgelegenheden (lees: steaks en burgers) en souvenirwinkels gelegen. Lopende over straat, kwam cowboy Frank zomaar een collega tegen. Een echte, zoals uit de film. Hij heette Joe, vertelde hij ongevraagd en vroeg of cowboy Frank 'a nice time' had. Dit kon deze alleen maar bevestigen. Op zijn beurt vroeg cowboy Frank aan cowboy Joe of deze full-time was ingehuurd om met zijn pakje aan en op een paard door te Stockyards te rijden en mensen aan te spreken. Dit bleek niet het geval. Joe was slechts een part-time cowboy, maar inderdaad wel van de toeristische snit. Merkwaardig dat je tegenwoordig deeltijdcowboys hebt, dacht cowboy Frank bij zichzelf. Vroeger was je maandenlang onderweg over de prairies en dan kon je niet overwegen dit maar drie dagen per week te doen. Hij toog verder. Aan het eind van de straat bevond zich het museum Cowboy Hall of Fame, waar je allerlei prullaria uit de negentiende eeuw kon bewonderen. Hieronder ook een hoop oude koetsen, hetgeen leuk was om eens te zien.
Die dag was het trouwens tevens Texas Independence Day, de dag dat Texas zich in 1830 onafhankelijk verklaarde van Mexico. Het bleef een apart land tot 1845, toen het zich vrijwillig aansloot bij de Verenigde Staten. Net op tijd voor de burgeroorlog dus. Van deze Independence Day was niet veel te merken, alhoewel het wel nog altijd te boek staat als officiele feestdag in de staat. Geen groots vertoon met vlaggen, zoals op de nationale Onafhankelijksdag op 4 juli. Op de veranda van het gebouw van de Stock Exchange, ontwaarde cowboy Frank echter een country-western bandje en wat vlaggen. Een man in 19de eeuws costuum las tussen de liedjes door de Texaanse onafhankelijkheidsverklaring voor en er werd The Star Splanged Banner gespeeld (ze hebben zeker geen eigen volkslied voor de staat). Wel maakt het spelen van een nationaal volklied altijd indruk op cowboy Frank, om het even van welk land het is. Mensen gaan staan en sommigen salueren zelfs. Het geeft een bepaalde sfeer en dat is vast ook de bedoeling.
De gebouwen in de Stockyards zijn netje in oude staat gerestaureerd en je proeft inderdaad iets van de sfeer van toen. Overigens is ook een plek, waar flink gefeest wordt. Groepen mensen lopen met een biertje (zonder papieren zak eromheen!) over straat en het werd steeds gezelliger en luidruchtiger naarmate de uren verstreken. Cowboy Frank was getuige van de 'cattle drive', uitgevoerd door types als die Joe, waarbij een groep van die Texaanse longhorn-koeien door de straat gedrven wordt. Deze beesten zien er een stuk robuuster uit dan die zwart-witgevlekte gevallen, die je in Nederlandse weilanden ziet. De longhorns liepen suf door de straat, omringd door de part-time cowboys en cowboy Frank werd even overmand door nostalgie. Het duurt wel even wanneer je in dit tempo helemaal naar Kansas moet, maar tijd was in de 19de eeuw minder belangrijk en de cowboys waren toen geen part-timers.
Cowboy Frank besloot dat het tijd werd voor een 12oz T-bone en voegde de daad bij het woord. De steaks zijn in de toeristische Stockyards wat duurder dan elders in Fort Worth, maar deze was dan ook de moeite waard. Zoals geen enkele steaks hem was tegengevallen tot nu toe, al was het alleen al vanwege de omvang. Overigens werd het zo langzamerhand tijd om zich voor te bereiden op de rodeo, die over een uurtje zou aanvangen. Bij cowboy Frank bestond deze voorbereiding uit het drinken van een pint in een nabijgelegen bar, om een beetje in dezelfde stemming te komen als de rest van het publiek. Dit lukt aardig en vol goede moed toog hij naar de arena, alwaar het allemaal zou moeten gaan gebeuren. De sfeer in The Stockyard Colliseum was vergelijkbaar met die van een honkbalwedstrijd, alleen dan wat uitgelatener. Dit zal te maken hebben met de activiteiten van het grootste deel van het publiek gedurende de middag in de Stockyards (bier drinken dus). In het midden van de arena lag een vlakte met zand, ongeveer ter grootte van een half voetbalveld. Hieromheen tribunes, die zich langzaam vulden al raakte het lang niet helemaal vol. Cowboy Frank koos een mooie plek uit in de buurt van de bar. Vanhieruit vielen achter de hekken ook al wat stieren waar te nemen. Deze kwamen nogal opgefokt over en ramden voortdurend met hun koppen tegen de omheining. Het eerste bedrijf bestond dan ook uit de 'bull fight'. Cowboy Frank vroeg zich trouwens af hoe ze die stieren zo boos krijgen vantevoren, maar daar zullen wel geraffineerde trucs voor zijn. De bedoeling van dit onderdeel was dat een persoon zo lang mogelijk op de rug van een woeste stier moet blijven zitten en de tijd gemeten wordt. Voor cowboy Frank er erg in had, was de eerste al begonnen. De beste man zat nog geen twee seconden op de stier, voordat deze hem eraf wist te gooien. Je moet dan trouwens maken dat je wegkomt; als de stier doorkrijgt dat jij het was die op zijn rug zat, ben je nog niet jarig. De meeste hielden het iets langer vol en de winnaar 16 seconden.
Het tweede onderdeel bestond uit lassowerpen. Een kalf werd losgelaten in de arena en een cowboy op een paard moest het arme doodsbange beest vangen met zijn lasso en zijn poten aan elkaar binden. De meesten gooiden mis (je mag maar één keer gooien met de lasso), maar de winnaar klaarde de klus in minder dan acht seconden. Het volgende item bestond uit hetzelfde, maar dan met paarden, die er geen zin in hadden. Wederom rees bij cowboy Frank de vraag hoe je een paard zo agressief krijgt. In zijn ogen toch een vrij vredelievend dier. Hierna was er een iets diervriendelijker bedrijf, enkele cowboys (en dit maal ook -girls) moesten een paard zo snel mogelijk rond een drietal verspreid opgestelde olievaten laten rennen. Hierna was er nog een keer het onderdeel met de kalveren, maar nu met twee cowboys. De een moest het kalf rond de nek vangen en de ander rond een achterpoot. Er waren slechts weinig teams die hier in slaagden. Als afsluiter nogmaals de bull fight. Cowboy Frank is er niet achter gekomen of het dezelfde stieren waren, wel was het de tweede ronde voor de mannen op de stier. Ze deden het ditmaal iets beter, al werd er een bijna verpletterd doordat de stier over hem heen dreigde te lopen toen de man in de zandbak lag.
Voldaan nam cowboy Frank een taxi naar zijn hotel. Het openbaar vervoer in Fort Worth rijdt namelijk na tienen niet meer. Had hij dus toch maar een (vredelievend) paard gehad. Tevreden legde hij zich te ruste en overdacht een ouderwetse cowboydag. In Nederland zouden er na zo'n rodeo direkt kamervragen gesteld worden door een niet nader te noemen partij. Maar ja, dan heeft het Ministerie van LNV ook weer wat te doen.

dinsdag 2 maart 2010

Frank kijkt ijshockey

Vandaag zou het gaan gebeuren: de droomfinale in het ijshockey, de USA speelt voor goud tegen Canada, het gastland van de Spelen in Vancouver. Vol goede moed toog ik in de middag naar de stad, in de hoop een spektakel eerste klasse te mogen meemaken. Uiteraard ging ik naar 6th Street, tenslotte de plek waar het allemaal gebeurt hier. Ik verwachtte een sfeertje dat vergelijkbaar zou zijn wanneer Nederland de finale van het WK voetbal zou mogen spelen, maar dit viel tegen. In de pub, waar ik plaatsnam, zaten een aantal types schaapachtig naar de wedstrijd te kijken. Deze was inmiddels al begonnen; ik was wat laat. We waren aan het eind van de eerste periode en Canada stond met 1-0 voor. Nu moet je weten dat ik niet veel kennis heb van het edele spel van het ijshockey en ook nog nooit serieus naar zo'n wedstrijd gekeken heb. Op het ijs stonden twee keer zes spelers en er waren twee kleine doeltjes waar een klein schijfje in geschoten diende te worden. Het schijfje heet een puck, maar dat wist ik. De spelers hebben dikke beschermende kledij aan en dat is nodig ook. Zelden zoveel gebeuk gezien op het veld. Wanneer een tegenstander de puck heeft en deze komt in de buurt van de zijwand, gooi je jezelf gewoon tegen hem aan, zodat hij tegen die wand geslingerd wordt en jij door kunt met de puck. Soms pikt een tegenstander dat niet en komt verhaal halen. Er ontstaat dan een vechtpartij, die pas leuk wordt als andere spelers zich er ook mee gaan bemoeien. Je ziet dan een massa dikke pakken liggen met daarin spelers die op elkaar in aan het slaan zijn. Zelf zou ik meer gebruik maken van die hockeystick, waarmee je vast ook flinke klappen kunt uitdelen, maar dat mag wellicht niet. Die vechtpartijen zijn niet zo'n probleem, tot de scheids het zat wordt en dan krijgt een van de ploegen soort van vrije trap. Elkaar tackelen met schaatsen en al is ook geen punt. Grappig trouwens dat je achter dat goaltje langs mag schaatsen. Dit ding staat trouwens los, hetgeen handig is in geval van een vecht-, smijt- of beukpartij. Scheelt weer gewonden. Regelmatig wordt het goaltje dan ook door de vechtende massa een paar meter opgeschoven. Het dient dan wel weer op zijn plek te worden gezet, hetgeen braaf gebeurt. Een doelpunt ontstaat meestal doordat een kluwe mensen op elkaar in staat te slaan voor het doel en een van hen het puckje erin weet te frommelen. Dit gebeurde dan ook en Canada stond met 2-0 voor. De achterstand van hun land in de Olympische finale had weinig invloed op de sfeer in de kroeg. Mensen babbelden rustig door en aten hun burger. In Nederland zou er sprake zijn van een schreeuwende Oranjemassa, al vloekend en scheldend naar het beeldscherm en intussen voorbereidingen treffend om het interieur van het café af te breken. Nu blijft men de rust zelve. Het spel ging inmiddels in een rap tempo door. Als die puck niet voortdurend in beeld was, zou ik bij God niet weten waar op het veld dat ding zich bevindt. Deze sport gaat iets te rap voor mij; ik kijk toch liever naar schaken of biljarten. Wel hulde aan de cameraman. De rest van het kijkend publiek zag wel wat er in het veld gebeurde, dus misschien kun je er ook gewoon op trainen. Het spel ging ook bijzonder snel over en weer.
Inmiddels was ik aan de praat geraakt met een jongen met een Canada-petje op, die inderdaad hard "okay!" riep bij het laatste doelpunt van Canada. Duidelijk een Canadees in het hol van de leeuw. Je moet je eens voorstellen dat je tijdens een WK-finale Nederland-Duitsland in een Amsterdamse kroeg gaat zitten en juicht voor Duitsland. In dat geval dien je zeker in het bezit te zijn van een allesdekkende ziektekostenverzekering. Terug naar de Canadees. Hij bleek uit Montréal te komen en sprak vloeiend Amerikaans, maar wel met een grappig Frans accent. Een Québequois dus, volgens mij schrijf je dat zo. Eigenlijk was ik ook voor Canada, aangezien ik vond dat de VS wel weer genoeg gouden medailles had en ik Canada wel een sympathiek land vind. Inmiddels begon er iets meer sfeer in de tent te komen, want de USA had 2-1 gescoord. Dit kreeg ik pas door toen het geroezemoes in de kroeg iets in volume toenam en er wat geklapt werd. Québequois Laurent was er iets minder gelukkig mee. Wel vertelde hij me in de rust tussen de tweede en derde periode een ander over de regels van het ijshockey. Het bleek dat de coaches gebruik maken van iets van 20 spelers en deze voortdurend wisselen. Dit moet ook wel, want een spel met dit tempo houdt geen mens een uur lang vol. Alleen de keeper wordt niet gewisseld.
In de derde en laatste periode werd het echt spannend. De stemming leek er ook in te komen en er werd wat meer naar het scherm geroepen. Er was dan ook een ware stormloop op het Canadese doel aan de gang. Amerika vocht voor zijn laatste kans. Laurent keek het gespannen aan en ik ook. Op een gegeven moment waren er nog een kleine dertig seconden te spelen. In het voetbal zit je dan behoorlijk safe (tenzij je tegen Duitsers speelt), maar in het ijshockey kan er nog een hele hoop gebeuren. Inderdaad wist de USA het puckje op het laatste moment in het Canadese doel te krijgen. Verlenging dus. Dit heet 'overtime', maar Laurent wist niet te vertellen hoeveel tijd het dit op de Spelen zou beslaan. Blijkbaar verschilt dat per wedstrijd (rare regel). Aangezien we de spanning niet meer aankonden, gingen we snel even buiten een peuk roken. Hierna trakteerde ik hem op een biertje tegen de zenuwen. In het café begon iets van een echte wedstrijdsfeer te komen. Het was nu dan ook erop of eronder. Het bleek dat ze met een 'golden goal' werkten. De eerste, die zou scoren had de wedstrijd gewonnen. De wedstrijd was van hoog niveau (volgens mij) en de spelers gingen er helemaal voor. Terwijl ik een slok van mijn bier nam, sprong Laurent ineens op van zijn barkruk en schreeuwde het uit. Op het scherm zag ik juichende Canadese ijshockeyers elkaar omhelzen. Blijkbaar weer een goal gemist, maar het was er wel degelijk een. Goud voor Canada, wat een feest. Een beetje sneu was even later de medailleuitreiking, waar de Amerikaanse spelers bijna huilend hun zilveren medaille in ontvangst mochten nemen. Zilver blijft natuurlijk een mooi resultaat, maar ze waren er zo dichtbij. De Canadezen waren uitgelaten. Het was een mooie middag met een spannende wedstrijd, waarin ik Canada ook inderdaad iets sterker vond spelen. Toch eens uitzoeken of er in Amsterdam ook geijshockeyd wordt.

maandag 1 maart 2010

Frank gaat stappen

Austin staat bekend om zijn uitgaansleven, vooral voor liefhebbers van live muziek. Daar ik er daarvan ook een ben, kon ik niet wachten dit eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. Vol goede moed toog ik derhalve rond een uur of zes naar de bushalte. Aangekomen op 6th Street, was het eerst tijd voor een flinke burger. Ik zocht een restaurant uit, nam plaats op een stoel vanwaar je de tent goed kon overzien, bestelde vervolgens een Argentijns biertje en een Mexicaase burger. Hoe cosmopolitisch kun je zijn, nietwaar. Terwijl ik wachtte en van het biertje genoot (best lekker), keek ik eens rond naar wat er zoal rondliep in de zaak. Het personeel bestond uit zeer vriendelijke jonge meisjes, allemaal voorzien van opvallende tatouages. Ook de gasten aan de bar zagen eruit als types, die je in Amsterdam in discotheek Korsakoff nog wel ziet of in sommige obscure cafés op de Wallen. De muziek was er ook naar. Mijn burger (ook best lekker) at ik op al luisterend naar nummers van bands als Motörhead, Slayer and Sepeltura. Thuis toch ook eens proberen. Dit beloofde dus een ouderwetse rocknacht te worden. Aangezien de kroeg een hele lijst had met Latijns-Amerikaanse biertjes, probeerde ik nog een flesje uit Guatamala. Deze luitjes bleken minder goed in brouwen dan de Argentijnen. Hierna verliet ik het etablissement op zoek naar de befaamde scene. Het was nog vrij vroeg, maar uit verschillende uitspanningen klonk reeds live gespeelde country en andere soorten van lawaai. Ik koos er een uit en zette me aan de toog. Er was inderdaad een bandje aan het spelen. De gitaristen hadden een draadloze elektrische gitaar waarmee ze door de zaak liepen en zelfs voor de tafeltjes stilhielden om de aanwezige gasten een extra te verwennen. Ik rook sigarettenlucht, hetgeen me bevreemdde omdat je in Austin (in tegenstelling tot het nabijgelegen San Antonio) nergens binnen een sigaret mag opsteken. Wellicht was deze recalcitrantie wel onderdeel van het leven hier. Dit bleek echter anders. De kroeg had gewoon een gedeelte waar je wél mocht paffen en vandaaruit kon je de band nog zien ook. Ze kwamen daar gelukkig echter niet voor je neus staan scheuren op hun gitaren, maar er wel langs met de fooienpot. Na een half uur had ik het wel weer gezien en ging op zoek naar een volgende tent. Op straat was inmiddels een hoop volk op de been. Later in de avond werd dit zelfs zoveel dat de weg werd afgezet en je dus Kauninginnenach-achtige toestanden kreeg. Alleen dan zonder Oranjekleurige outfits en bier drinken op straat mag nu eenmaal niet in de VS. Grappig was dat inmddels uit werkelijk elk café live gespeelde muziek klonk. Het was op straat dan ook een ware kakafonie van geluid, waarbij het niet langer vast te stellen viel welke muziek uit welke tent kwam. Ik stapte willekeurig een andere toko binnen en bestelde een biertje uit Californië. Achter de toog werkten een alternativo met een staart en twee meisjes met bijzonder grote tieten. Verder stond er een band op het punt te beginnen. Op het moment dat zij het eerste nummer inzetten, deed niemand achter de bar enige moeite de CD af te zetten, waardoor je een mix kreeg van blues en een nummer van U2. Of het moet de alternativo zijn geweest die over de muziek ging, maar die stond net even buiten een sigaretje te roken. Als snel raakte ik aan de babbel met een dame en heer naast me. Het bleek een stelletje te zijn, alhoewel ze het kwartier daarvoor alleen maar bezig waren met hun Blackberry en IPhone. Wellicht hoort dit bij een moderne relatie. In de 21ste eeuw gaat het mobieltje nu eenmaal voor alles. De mannelijke helft trakteerde mij op een paar 'shots', die hij per se beide wilde betalen. Een shot is een glaasje sterke drank, dat in één keer achterover gekieperd dient te worden. Zo'n drankje drinkt je niet alleen, zijn vriendin had er blijkbaar geen zin in, maar gelukkig had hij mij. We namen shots Jägermeister, de meest populaire. Vandaar dat veel kroegen inmiddels beschikken over een prachtig apparaat: de Jägermeistertap. Korte tijd later werden Brian en Audrey het café uitgezet, aangezien hij opmerkingen begon de maken over de borstomvang van de meisjes en dit door het dienstdoend personeel niet op prijs werd gesteld. Ik mocht blijven, waarschijnlijk wegens mijn befaamde vriendelijke uitstraling. Het bandje speelde wel leuk (en de CD was inmiddels afgezet), dus ik bestelde nog een biertje uit Texas. De lege plek naaste me werd al snel ingenomen door een type met een flesje Corona. Deze man nodigde mij al vrij snel uit om met hem mee te gaan naar een tent waar vrouwen voor je op tafel dansen. Hier had ik echter geen zin in. Ik hou namelijk niet van dat soort gedoe en daarbij was die kerel stomdronken. Dit benadrukte hij even later zelf door van zijn barkruk af te donderen. Ook hij mocht vertrekken. Ik trof het dus weer. Hierna peerde ik hem ook maar, wie weet wat hier nog meer zou kunnen gaan voorvallen. Ik stak derhalve de straat over en wandelde naar een barkruk in de volgende kroeg. Hier had ik het al snel gezien. Aan de bar zaten allerlei figuren met rooie koppen, die zo uit de diepe provincie van Texas leken te zijn aangevoerd. Achter de toog stonden namelijk een paar meisjes met alleen het bovenstukje van hun bikini aan (afgezien dan van de spijkerbroek). Het schijnt hier toch wel een beetje het Oudezijds Achterburgwal van Texas te zijn. Verder bleken ze geen live muziek te hebben. Een paar panden verderop was dit echter wel het geval. Er speelde een kerel met behoorlijk overgewicht en een doek om zijn hoofd op een gitaar. Ongeveer zo'n type, dat je verwacht op een Harley-Davidson. Buiten zocht ik nog even naar dat ding, maar blijkbaar was hij ook met de bus. Niet onverstandig, de beste man nam namelijk na elke nummer een nieuw biertje. In het café was het een drukte van jewelste. Een koppel uit Arizona (dat ik latere dagen nog vaker zou zien in de horeca), ging helemaal uit zijn dak bij de muziek van de Harleyrijder. Hij was hier voor een congres en zij als huisvrouw was maar meegekomen. Waarschijnlijk met het doel een weekje goed door te zakken. Terwijl hij overdag naar het congres was, lag zij in haar nest uit te kateren tot het tijd was om door te gaan. Wel aardige mensen, hoor, daar niet van. Voor de verandering geloofden ze eens niet in God, maar in allerlei reincarnatieachtige toestanden. Zelf dacht zij, dat ze in haar vorige leven een bepaald soort kakkerlak was. Zou je maar gebeuren.
Ik rond af. Na nog een paar shots met de Arizonezen (zeg je dat zo?) en wat bandjes verder, vond ik het een mooi moment eens af te taaien. Dit, voordat ik ook opmerkingen zou gaan maken aan de bardames of van een kruk af zou flikkeren. Aangezien het reguliere openbaar vervoer er in Austin zo rond 22.00u mee opmhoudt, nam ik een taxi naar het hostel. Deze koste uiteindelijk zeven dollar, maar aangezien de chauffeur niet kon wisselen van mijn briefje van twintig, nam hij genoegen met drie losse dollars die ik nog had (een fooi van dertien dollar leek me namelijk wat al te gortig). De avond eindigde dus met een van de goedkoopste taxiritjes ooit. In Amsterdam ben je tenslotte al meer dan drie euro kwijt als je alleen al instapt.
6th Street had mijn hart gestolen. Zoveel leuke bands binnen een strook van pakweg 500 meter, had ik nog nooit gezien. De muziek is ook bijzonder afwisselend. Een ouderwetse rocknacht werd het niet, er was van alle soorten wat. Ik zou hier nog een paar dagen blijven, nu al de moeite waard.

zondag 28 februari 2010

Frank arriveert in Austin

Austin is de hoofdstad van Texas dat is te zien ook. Midden in de stad, op een stervormig kruispunt zodat het van alle kanten van veraf te zien is, staat dan ook het capitool. Elke Amerikaanse hoofstad heeft er namelijk een. Nu zal de lezer verwachten dat die in Washington DC het grootst is, maar dat is niet zo. Die van Texas is nét iets groter. Dat was destijds dus jammer voor George W. Bush. Hij werd weliswaar president, maar kon meteen verkassen naar een kleiner kantoorgebouw. Dat beviel de beste man natuurlijk helemaal niet en dat werd duidelijk ook. De acht jaar daarna had hij klaarblijkelijk toch niet zoveel zin meer in die job als president. De gevolgen zijn bekend.
Austin heeft dus geen last van bescheidenheid. Naast hoofdstad noemt het zichzelf 'the world capital of live music', dus dat beloofde wat. Bij aankomst in het hostel bleek mijn online reservering te zijn doorgekomen. Ik kreeg het bovenste deel van een stapelbed toegewezen en mocht dit als gebruikelijk zelf opmaken. Toen ik een uurtje later weer op mijn kamer verscheen, lag er iemand anders een boek te lezen op mijn zojuist opgemaakte bed. Ik sommeerde hem op te sodemieteren en op zijn eigen bed te gaan liggen, ware het niet dat hij beweerde ook dit bed te hebben. Daar gingen we weer. Dit soort gezeik van dubbel geboekte bedden, had ik al eens eerder meegemaakt. Mensen die mij kennen, weten dat ik in zo'n geval direkt hulp zoek bij het Hogere, in dit geval de man van de receptie. Deze kerel, die eruitzag alsof hij zojuist was teruggekeerd van Woodstock, bleek inderdaad een fout te hebben gemaakt en gaf de lezer een prachtig bed in het onderste deel van een stapelbed, lekker in een hoekje van de kamer en ik mocht het door mezelf opgemaakte (maar inmiddels gebruikte) bed behouden, naast een raam zonder gordijn waar 's ochtends vroeg al de zon op bleek te staan. Je moet soms behelpen wanneer je voor 12 euro per nacht ergens wil verblijven. Die namiddag bleek je ook nog gratis te kunnen dineren in het hostel voor slechts vijf dollar. Nu vind ik vijf dollar niet gratis, maar gewoon goedkoop. De aankleding van het diner zou een hoop 'fun' moeten gaan betekenen. Die hippie had namelijk bedacht dat het wel eens leuk zou kunnen zijn een pyama party te organiseren om zes uur in de avond met een uitgebreid ontbijt als diner. Je mocht dan ook alleen meedoen indien je in je slaapkledij zou verschijnen (en vijf dollar betaalde). Aangezien ik doorgaans me te rusten leg in mijn onderbroek en een t-shirtje van de Bereboot, leek het me niet geschikt om aan te schuiven. Ik had er ook geen barst zin in eigenlijk.
Minuten hierna was ik klaar voor een bij voorbaat onvergetelijke stapavond. Ik had er zin en en zette koers naar de bushalte. Over Austin by night, later meer.

donderdag 25 februari 2010

Frank in space

Houston, we have got a problem, grapte een beveiliger op Schiphol, toen ik hem mijn ticket toonde. Uiteraard schrok ik me rot, dacht direkt dat er iets mis was. Pas toen ik verschrikt tegen zijn lachende rij tanden aankeek, drong het tot me door dat ik met een grapjas te maken had. Ik wist toen natuurlijk nog niet wat me op de luchthaven van Houston (overigens met de prachtige naam George Bush Intercontinental Airport) allemaal te wachten stond.
Houston is inderdaad de stad van de NASA. Dit wil zoveel zeggen dat 20 mijl van de binnenstad verwijderd er een complex ligt, vanwaaruit het hele gebeuren wordt gecontroleerd. De space shuttles zelf stijgen op vanuit Florida en landen ergens in de woestijn in het westen van het land. Mits ze niet voortijdig ontploft zijn natuurlijk. Het woord "Houston" is trouwens het eerste woord dat vanuit de ruimte naar deAarde gesproken is, zoals wordt beweerd door Amerikanen. Dit is natuurlijk niet waar, want de Russen waren eerder in de ruimte en die zullen ook best contact met de Aarde hebben gehad. Of het was een Rus, die het woord uitsprak. Zoiets als: "Houston, dikke lul, wij zijn lekker al in de ruimte", intussen zijn middelvinger opstekend richting Texas. Zoveel weet ik echter niet ruimtevaart. Nu was er de kans daarin verandering aan te brengen, daar een bezoek aan het commandocentrum mogelijk is. Er rijdt zowaar een bus naartoe vanuit de stad. Aangezien het niet gebruikelijk is tijdsschema's op te hangen bij bushaltes, ging ik maar gewoon bij de halte staan en natuurlijk duurde het bijna een uur voor er een kwam. En zulk lekker weer was het op dat moment nou ook weer niet. Wel zijn ze zo vriendelijk om de lijnnummers wel bij de halte te vermelden. Dit scheelt een hoop gokwerk en nog meer wachten. In de bus raakte ik in gesprek met chauffeur Kevin, die een hoop bleek te weten over de geschiedenis van religie in Europa. Volgens mij was hij iets minder op de hoogte van de te rijden route, want op een gegeven moment had ik het idee dat we rondjes aan het rijden waren in een bepaalde suburb. Uiteindelijk arriveerde ik bij het NASA Space Center. Naar goed Amerikaans gebruik, volledig gericht op maximale 'fun'. Dit bleek eerstens te bestaan uit een uit te kluiten gewassen souvenirwinkel, waar ik werkelijk niets heb kunnen vinden dat praktisch nut heeft. Wellicht alleen de space shuttle flessenopener, maar die leek me zo onhandig vormgegeven dat ik hem niet heb gekocht. Daarbij drink ik thuis meestal bier uit een blikje en die gaan nog altijd zonder opener probleemloos los. Terug naar de NASA. Ik koos ervoor om eerst met een treintje over het terrein te isen en me te laten voorlichten over het mission control center en hoe zo'n ruimtevlucht nu eigenlijk in zijn werk gaat. Wellicht nog iets voor mij in de toekomst, je weet nooit of je het DIV-werk ooit beu wordt. Gezeten in het treintje, toerden we over het terrein en kregen wat te horen over de verschillende gebouwen en wat zich daar afspeelde. We gingen het mission control center binnen en zagen inderdaad het voormalige centrum, dat ik van de televisie kende. Inmiddels was het niet meer in gebruik. Ergens in de jaren 90, zijn ze verkast naar een moderner centrum. Dit kon ook geen kwaad, want het hele zaakje zag er behoorlijk gedateerd uit. Ik zou niet lekker in die shuttle zitten, wetend dat ze in het controlecentrum nog met apparatuur werken uit de jaren 60. Opvallend was de rode telefoon. Hiermee kreeg je direkt contact met het Pentagon. Waarom dat nou precies nodig was, ben ik vergeten. Je zou trouwens contact met de president verwachten. Overigens is het een leuk feit dat de chef van het controlecentrum instructies van de president mag negeren als het er op aan komt. Ik neem echter aan dat dit alleen geldt voor gevallen, die betrekking hebben op de ruimtevaart. Na het mission control center reden we naar een hal, waar een heuse space shuttle stond. Weliswaar zonder vleugels, want dit was een simulatieding, om de praktijk alvast te oefenen. Hierbij heb je inderdaad geen vleugels nodig en dat scheelt weer ruimte. Best nog een groot ding, zo'n space shuttle. Er stonden ook wat Russische apparaten, de NASA werkt tegenwoordig intensief samen met Rusland en Europa aangaande de ontwikkeling van allerlei ruimtespul. Tenslotte reden we met het treintje naar een gigantische hal, waar een complete raket lag. Dit was de Apollo Saturn zoveel en het ding bleek naar de maan te zijn geweest. Dat kun je er niet aan zien, maar dit vertelde de gids. Terug in het bezoekerscentrum, bezocht ik nog een film, waarbij de start van de space shuttle spectaculair vertoond werd. Om het fungehalte nog wat op te krikken, werd er zelf rook in het zaaltje geblazen toen het ding opsteeg. Je moet er maar opkomen. Hierna was een persoon dat ons vertelde over allerlei ins en outs van de NASA. De space shuttle gaat trouwens met pensioen binnenkort, maar ze hebben nog geen nieuw ruimteschip. Vanaf volgende jaar mogen de Amerikanen meeliften op een Russische Soyoez-raket, dus dat wordt nog wat. Blijkbaar hebben ze wel vertrouwen in de Russische kunst van het raketbouwen. Grappig trouwens dat ze dat wel kunnen in Rusland, terwijl de rest van het land nog in Lada's rijdt, die nog exact hetzelfde zijn als pakweg 40 jaar geleden.
Na het promopraatje had ik het eigenlijk wel weer gezien bij de NASA. Het bezoekerscentrum was minder groot dan ik vantevoren dacht en had ook niet zoveel te bieden. Er waren nog wat andere films en shows. Ik had eigenlijk gehoopt op een ruimte waar je een tijdje gewichtloosheid kon ervaren, maar die was er niet. Ik had me al voorgesteld hoe je zonder zwaartekracht een shaggie zou moeten rollen. Dit wilde ik wel eens proberen.
De bus bracht me (via een compleet andere route) terug naar Houston. Terug op Aarde.

zondag 21 februari 2010

Frank in de Here

Amerikanen staan bekend als religieus. Veel meer dan wij Europeanen, doorgaans afvallig. Sinds wij acht jaar lang geconfronteerd zijn geweest met de uitspraken van George W. Bush op de televisie, weet iedereen dat ze er in Texas ook wat van kunnen. Dit werd al snel bevestigd tijdens mijn eerste dagen in Houston. De stad staat werkelijk vol met allerlei soorten en formaten van kerken, de meeste behoorlijk in omvang, zoals alles hier een maatje groter is dan op de rest van de aardbol. Vrijdag snuffelde ik een tijd rond in een grote boekhandel, een zaak die zichzelf Books-A-Million noemde. Deze naam klopte ook wel. Opvallend hier waren de grote hoeveelheden religieuze boeken. Hiervan stonden kasten opgesteld. Behalve over God en Zijn enige Zoon, waren er tevens Bijbels in allerlei soorten en maten te verkrijgen. Het mooist vond ik nog de verschillende bijbeltasjes, waar er ook tientallen van lagen opgesteld. Hartstikke handig, dacht ik bij mezelf. Hier kun je dan je Bijbel in stoppen onderweg naar de kerk op zondag. Verder leek zo'n tasje ook me ook handig voor allerlei andere zaken, bijvoorbeeld je tandenborstel en scheergerei onderweg of een netbookje. Ten einde volledig op te gaan in het Texaanse leven, besloot ik dat ik een keer mee moest naar de kerk. Nu rees de vraag welke dan wel. Het moet een teken van Hem zijn geweest dat ik gisteren net bij dié uitgang van het Museum of Fine Arts stond te roken (tussen het schilderijen kijken door), waar aan de overkant van de straat een prachtige kerk op me stond te wachten. Nadat ik de schilderijen wel weer gezien had, nam ik een kijkje bij de kerk. Blijkbaar was deze bijzonder populair, want op zondag hadden ze maar liefst drie (!) diensten. De eerste om 8.30, hierna om 9.45 en als laatste een op het merkwaardige tijdstip van 11.05. De dag erna was het zondag, dus de kansen. Optimistisch als ik ben, wilde ik gaan voor de vroege dienst (daar ik dan de meest fanatieke types verwacht), maar lui als ik ben werd het die van 11.05. Eigenlijk kwam dit wel goed uit. Ik kon wat langer in mijn nest liggen en had nog de mogelijk een ontbijtje te nuttigen in de bistro van het museum aan de overkant. Het hostel verstrekt namelijk helemaal niets, zelfs geen koffie en dat heeft deze jongen 's-ochtends toch wel nodig. In de bistro zaten een aantal types, die duidelijk ook naar een kerk gingen. Mensen, deftig gekleed, nog even etend en drinkend voordat het festijn zou gaan losbarsten. Ik had er zin in. Een paar jaar geleden eens bij een Surinaamse gospeldienst geweest in Amsterdam en dat maakte mijn gemiste carnaval van (ook) dat jaar weer helemaal goed. Wat een feest en zoiets verwachtte ik nu eigenlijk ook. Na de koffie begaf ik me derhalve naar de St Paul Methodist Church. Geen idee wat deze stroming inhoudt, we zien het wel. Ik draalde wat rond de kerk en zag mensen naar binnen gaan door allerlei deurtjes. Mij was het niet duidelijk welk deurtje ik nou zou moeten nemen en de hoofdingang zat nog dicht aangezien de vorig dienst nog in volle gang was. Achter de kerk was uiteraard een grote parkeerplaats (Amerikaanse Christenen mogen blijkbaar wél autorijden op zondag.) en daar was wat meer leven. Je kon er gratis(!) koffie krijgen en er was iets van een Bijbelschool of wat dan ook. Ik besloot de kerk binnen te wandelen, aangezien veel mensen dit ook deden. Binnen kwam ik in een halletje, alwaar ik direkt werd opgemerkt door een man in een jurk met een paars-gele sjaal om. Duidelijk een dominee of zo. Waarschijnlijk merkte hij mij meteen op, daar hij mij niet kende, doch wellicht ook door mijn uiterlijk in vergelijking met andere kerkgangers. Ik was namelijk ongeschoren, droeg een vale broek en had een leren jekkie aan. De meeste anderen waren in keurig pak. Hij stelde zich voor als Terry en was blij mij te mogen begroeten. Ik vertelde hem een toerist te zijn uit Holland en wel eens zo'n Amerikaanse dienst te willen meemaken. Volgens Terry was ik aan het juiste adres. Hij had een gebit, waarmee je direkt de hoofdrol in een tandpastareclame krijgt (of hij had een kwaliteits-kunstgebit) en was enthousiast over mijn afkomst. Of ik gisteren televisie gekeken had? Dit moest ik helaas ontkennen. Nu verwachtte ik een samenvatting van een of ander kerkelijk programma, maar Terry wist me echter te vertellen dat hij gisteren naar het schaatsen gekeken had en er een Nederlander had gewonnen. De naam was hij vergeten (Ik vermoed Sven Kramer.), maar het viel hem op dat ik wel wat op hem leek (Oh...). Dat we weer een medaille hadden, wist ik nog niet. Zo hoor je nog een wat van een Amerikaanse dominee. Toch eens kijken hoe die Sven Kramer er precies uitziet, wellicht kan ik nog eens voor hem invallen op een toernooi met een hoop startgeld.

Aangezien de dienst pas over een minuut of twintig zou beginnen, ging ik nog even naar buiten. Hierna door de hoofdingang naar binnen om die Terry te ontlopen (wat een eikel zeg!). Bij de hoofdingang was het echter niet veel anders. Ik werd meteen aangesproken door een dame, die mij hartelijk welkom heette en het gesprek ging eigenlijk op dezelfde manier als met Terry, afgezien van het schaatsen. Ze vond het geweldig dat ik hun kerk had uitgekozen (hoewel dit dus eigenlijk een toevalligheid was) en was blij me te vertellen dat dit een redelijk traditionele dienst zou worden. Eigenlijk vond ik dit wel jammer, had namelijk gehoopt op een multimediaspectacel met allerlei videoschermen en een hoop Sang und Tanz. Even later, gezeten op mijn plek achterin de kerk, nam ik het overige publiek in me op. Het leken allemaal heel blije mensen, op hun paasbest gekleed. Ze hadden er zin in en ik ook. Bij het binnenkomen kreeg ik het programma en keek verschrikt op toen er ook een onderdeel stond ingepland waar nieuwe leden zich mochten voorstellen. Ik zag Terry al voor me, die mij naar voren riep. In ieder geval nam ik me voor al vloekend de kerk uit te lopen, als hij me dat zou flikken. Dit gebeurde echter gelukkig niet. Gezien het tijdsprogramma daarvoor, kon deze dienst niet veel langer dan een uurtje duren en dat was ook zo. De verschillende onderdelen werden er in een straf tijdsbestek doorheen gewalst. Op het moment van de collecte, kon je je halve maandsalaris op een bordje gooien (wat ook wel gebeurde), of op een bonnetje je naam en adres invullen. Ik deed geen van beiden. Ten eerste omdat bier ook niet goedkoop is hier en verder had ik geen behoefte aan allerlei acceptgiro's op mijn adres, want dat doen ze rustig. Uiteindelijk was deze dienst eigenlijk net zo suf als Nederlandse diensten of missen. Ik ben hier echter nog wel even en hoop nog op een andere. Vandaag was ik in het Space Center Houston (van: Houston, we've got a problem, waarover later meer) en daar werd ik aangesproken door een aantal breedlachende jongens, zojuist uit een auto gesprongen, die mij wilden bekeren tot de Mormoonse Kerk. Dit terwijl ik als makkelijk slachtoffer op de bus stond te wachten. Ik heb een kaartje, dus wie wil, kan zich bij mij melden. Tot zover, Franks ervaring met God. Wellicht volgt er nog meer vanuit het Godsvrezende Texas.
F

Frank landt

Na het landen en iedereen om een of andere reden direkt in dat gangpad gaat staan, blijf ik nog lekker zitten. Tenslotte duurt het altijd nog minimaal tien minuten voordat die slurf is aangesloten en we daadwerkelijk het toestel uitkunnen.
Dan is het altijd spannend, we staan namelijk voor het eeuwige gelazer met de douane in dit land. Uiteraard had ik de langzaamste rij en later bleek waarom. Dienstdoend ambtenaar liet er geen gras over groeien en elk paspoort werd grondig gecheckt, gepaard gaan met de stompzinnige vragen, die bij het vak schijnen te horen. Na een kwartier me te hebben staan opvreten, werd ik zelfse gesommeerd met een dame mee te lopen door een lange gang naar een obscuur kantoortje achteraf. Normaal gesproken is zoiets reuze spannend, maar niet met een mevrouw van de Amerikaanse douane. In het kanoortje mocht ik plaatsnemen op een rij stoelen en wachten tot er iets ging gebeuren. Ondertussen zag ik mensen met mijn paspoort diverse kantoortjes in en uit gaan. Ik keek eens om mee heen. Er waren een stuk of vier mensen in uniform aangewezig in het halletje en een mij onbekend aantal in de diverse kantoortjes. Die lui in het halletje hadden in ieder geval een serieuze ambtenarenmentaliteit. In het tijdsbestek dat ik er zat, werd er alleen maar geouwehoerd over allerlei zaken, maar niets iets dat betrekking leek te hebben op hun werk. Aan de muur hingen overigens voornamelijk posters met landkaarten. De verwachte kaart van de hele wereld, eentje van de VS, een van Mexico, maar de uitsmijter vond ik die van Afhanistan en Pakistan. Zeker voor andere verdachte figuren dan ik op dat moment. Na wat wachten werd ik op barse wijze middels mijn achternaam een kamertje binnengeroepen. Ik mocht plaatsnemen op een aftandse stoel, die helemaal tegen de muur aangeschoven diende te worden, zover mogelijk van de beambte af. De man vroeg wat ik kwam doen in Texas (vakantie), of ik er mensen kende (nee, verbaasde blik van de andere kant) en waar ik zoals heen ging. Als een ervaren rekenaar werden mijn geplande dagen hier en daar opgeschreven en gekeken of het wel paste tot de terugreis van 18 februari. Handig dat hij dat deed, want dat had ik zelf nog niet zo secuur gedaan. Blijkbaar werd er hevig getwijfeld aan mijn bedoelingen in het land. Hij had mij echter nog niet klein, want het schema klopte wel zo ongeveer. De tweede aanval spitste zich toe op landen, die ik bezocht had buiten Europa. Ik haalde een hoop problemen op mijn hals door Oezbekistan te noemen. Dit was precies waar de man op zat te wachten. Waarom daarheen? Rustig vertelde ik dat er vanuit Nederland regelmatig reizen naar georganiseerd werden daar er veel te doen en te zien is. Daarbij sprak ik Russisch. Dit laatste had ik beter niet kunnen zeggen, want mijn tegenstaander vroeg me vervolgens hoe goed dat Russich van mij dan wel was (niet goed) en of ik in Rusland was geweest. Ik bevestigde dit. Toen werd het helemaal spannend, omdat meneer me eerder had gevraagd naar mijn bestemmingen buiten Europa. Rusland had ik niet genoemd! Inmiddels begon ik het belanchelijke van de discussie door te krijgen. Hij zocht gewoon naar iets waarop hij me kon pakken. Schijnbaar werkt de Amerikaanse douane met prestatieloon. Er ontspong zich een levendige discussie over het feit of Rusland deel is van Europa of Azië. Ik vertelde dat Sint-Petersburg in het Europese deel van Rusland ligt en ik het derhalve niet had genoemd. Dit was nieuw voor hem. De grens van Europa lag toch ergens bij Kroatie? Nee meneer, dat is de Europese Unie en dat is slechts een deel van het continent Europa, dat het land beslaat tussen Portugal en de Oeral. De man gaf zich gewonnen. Tegen zoveel geografische kennis kon hij niet op. Nog natrillend stond ik even later bij de bushalte. Altijd gedacht dat het makkelijker wordt de VS te betreden wanneer je een paar keer eerder door soepel langs de douane bent gekomen, maar niets is minder waar. Blijft de vraag waarom ze net mij moesten hebben. Het lullige van dit alles is dat ik klaarblijkelijk de discussie gewonneb had, maar hij degene is die mij kan weigeren in het land en met het eerste het beste vliegtuig terugsturen naar Europa. Je hele vakantie hangt af van zo iemand. In ieder geval heb ik er ervaring mee, want ze moeten me altijd hebben. Zo ben ik waarschijnlijk de enige Nederlander met een stempel van Oostenrijk in zijn paspoort, aangezien ze me niet vertrouwden in die Balkanbus.
Enfin, inmiddels al een twee dagen in Houston, meer nieuws volgt.
F